Werktijden #15

42810758_10217233874816791_7864982732781125632_n(1)

1 oktober 2018. Nooit geweten dat iemand zo op een vrucht kon lijken. Alicia leek met haar gele kapsel en ovale gezicht met scherpe trekjes op een bekende zuidvrucht, de citroen. Alles aan haar hing: haar ogen, haar mond, zelfs haar neus stak over. Haar lichte huid was grof en ruw.
Zij was een van de twee verontruste vrouwen die zich om 20.15 in de lobby meldden, vlak nadat ze hadden ingecheckt.
De andere heette Suze, een kleine vrouw met donker geverfd haar en een rond, vriendelijk gezicht. Het tegenovergestelde van haar reisgenoot. Rode laarsjes.
Waar het op neer kwam: Alicia weigerde om met Suze het bed te delen.

Ik ging met ze mee naar boven om de situatie in te schatten. In de lift hing een ijzige stilte. Op de vraag of ze moe waren hoefden ze alleen maar te knikken. Waarschijnlijk waren ze met alles en iedereen uitgepraat. Ik begreep dat het hier om twee vrouwen ging uit de categorie: gestrand. Te weinig water in de Rijn. Groep van twintig. De lang verwachte riviercruise naar Duitsland ging niet door.

Het klopte, er zat geen spleet in het bed, dus ze moesten onder dezelfde deken, op hetzelfde matras. Zo had de reisorganisatie bepaald.
“Ik wil een andere kamer zien,” zei Alicia stellig, “met twee bedden die je flink uit elkaar kan schuiven.”
Suze keek naar buiten en zag Noord. Ze deed of ze het niet hoorde.
Ik pakte de porto en legde de situatie kort uit. En of er nog een kamer beschikbaar was met een bed met een spleet.
De vrouwen keken beiden gelaten voor zich uit.
“Twee nul zes is nog vrij,” klonk het vrij snel.
Ik nam Alicia mee de gallerij op terwijl Suze bleef wachten op het balkon. Het maakte haar blijkbaar allemaal niet meer uiit. Ik zei: “Geniet er nog maar even van, want we weten nog niet hoe dit gaat aflopen.”
Ze kon er niet om lachen.

Nadat de deur van twee nul zes achter ons dichtviel zuchtte Alicia -terwijl ze naar het zogenaamde ‘twinbed’ staarde: “Weet u wat het is? Ik wil deze kamer voor mezelf. Hoeveel kost dat?”
Ik deed een stap achteruit en keek haar vragend aan.
“Ze gaat me de kamer uitpesten,” legde ze uit. “Net als vannacht. Ik weet het zeker. Je ziet het niet aan d’r, maar zo is ze. Vannacht heb ik twee uur geslapen. Om de tien minuten moest ze eruit voor een plas, maar ze plast niet, ze doet het met opzet. Ze schopt tegen me aan en maakt rare geluiden. And I don’t even know that women.”
Ze keek pinnig naar de deur alsof Suze ieder moment kon binnenkomen en herhaalde haar vraag: “How much?”
Ik overlegde via de porto en noemde een bedrag waarvan meteen duidelijk was dat ze het niet kon betalen.
“Hebben jullie ook een kelder?”
Ik dacht dat ze een grap maakte.

Terug op de kamer stond Suze nog steeds op het balkon.
“En?” vroeg ze.
“We gaan verhuizen,” zuchtte Alicia.
“It’s allright with me,” zei Suze, pakte haar koffer en liep kordaat naar de deur.
“Ik hoop wel dat je je gedraagt vannacht,” beet Alicia van zich af toen ze elkaar passeerden.
Ik stond op de gang en keek het aan.
“Dames,” zei ik, “U bent op vakantie. Dat hoort leuk te zijn. Het is misschien niet zoals jullie het hadden voorgesteld. Maar jullie zijn in Amsterdam!”
“Dit is Amsterdam niet!” snauwde Suze onverwacht. Ik had direct spijt dat ik me er mee had bemoeid. Ineens zag ik wat Alicia bedoelde; achter dat ronde vriendelijke gezicht school misschien wel een heel onaardige vrouw, die daar waarschijnlijk een reden voor had, maar ik kende die reden niet.
“Oh ja ook dat nog,” vulde Alicia aan. “Ze vindt dat we teveel aan de rand van de stad zitten.”

Nadat we de koffers verhuisd hadden stelde ik voor dat ze naar het restaurant zouden gaan voor een speciaal voor hun aangericht buffet. Ondertussen kon ik dan de kamer in orde maken. Met ruime afstand tussen de bedden.
Beiden reageerden gematigd positief.

In de lift ging ik voor het bordje staan met de cijfers en drukte niet op nul maar op acht. Ze hadden het niet door. De liften van Kone zijn zo ‘smooth’, je voelt niet welke kant ze opgaan. Suze inspecteerde haar wenkbrauwen in de spiegel en Alicia tikte ongeduldig met haar voet op de vloer en sputterde dat ze jaloers was op haar man, die deze trip aan zich voorbij had laten gaan.
Stilte.

“This is not the lobby,” zeiden ze tegelijk toen de liftdeuren opengingen.
Ik stapte uit en strekte mijn linker arm in de richting van de glazen deur met daarop: ‘MALABAR’
“I want to show you something,” zei ik, terwijl ik de deur opendeed en de vrouwen voor liet gaan.
“This will lead us to nothing,” hoorde ik Alicia zuchten.
Suze begreep het niet.

Zachte weemoedige loungemuziek, kaarsjes op tafel, fijne stoelen, frisse barkeepers.
“Voor u gaat dineren bied ik u een cocktail aan van het huis,” zei ik. “Maar alleen op een voorwaarde. Dat jullie een beetje aardig tegen elkaar zijn vanaf nu.”
Als twee stoute meisjes knikten ze gedwee en keken met open mond om zich heen.
“Hier,” wees ik met een royaal gebaar naar het raam voor ons, “zien jullie de stad. Jullie zijn dichter bij het centrum dan je misschien denkt.” Ze keken samen naar de verlichte torens aan de overkant en Suze wees Alicia op de opkomende maan.
Een cruiseboot schoof voorbij.

Ik liet ze achter in het puntje en zei dat ze het buffet niet moesten vergeten. Bij beiden kon er een glimlachje af. Beneden haalde ik bij de receptie twee ballonnen, ging naar twee nul zes, schoof de bedden zover uit uitelkaar, zover had ik nog nooit twee bedden uit elkaar geschoven. Blies de ballonnen op en legde op ieder bed een.
En voor ieder kussen had ik ook nog een knuffel meegenomen.

De volgende dag was ik vrij.
Housekeeping had bij navraag geen olifantjes gevonden in twee nul zes.
Ik heb Suze en Alicia niet meer gezien.
Volgen hier de werktijden van komende week: ma: 10.00-18.00 wo t/m vrij: 15.00-23.00 za: 12.00-20.00 zo: 10.00-18.00
See you in the lobby!
(Namen zijn gefingeerd wegens privacy.)

Advertenties

Werktijden #14

42439055_10217181704472565_4156651752587788288_n(2)

23 september 2018. Vanuit de Malabar en de suites kan ik de Kop goed in de gaten houden. Soms, als het rustig is, geef ik de palmen water, (in iedere suite staat er een), controleer de haakjes van de vitrages, neem even plaats in een van de stoelen en waan me een gast die dit allemaal voor het eerst ziet. Boten links en rechts, de torens en de kranen van Noord, Centraal Station, en de regen die horizontaal langs het ronde glas, vlak voor je gezicht, in dunne stroompjes wegglijdt.
Zodra ik gasten tref waarvan ik het idee heb dat ze wel geïnteresseerd zijn in bijzonder unieke locaties stuur ik ze er op af. De kop op, tot je niet verder kunt. Daar gaan zitten, in het stille gezelschap van het standbeeld Zeeman op de Uitkijk van beeldhouwer Starreveld. Oorlogsmonument.
En kijken.
In de verte het Havengebouw, de twee torentjes van de Posthoornkerk en de kranen, waaronder die van het grootste Holidayinn hotel van Europa, rechts achter je. Het nieuwe Hamerkwartier. Voor je, naast de Adam Tower komen ook nog een paar torens. Woningen, kantoren. Congrescentra.

Een paar jaar geleden schreef ik een ode aan deze braakliggende lap grond, maakte er een audiosit van en noemde het ‘Kop Java, de geplande leegte.’ Een poëtisch, verstild relaas, met de luisteraar als hoofdrolspeler.
De bouw van Hotel Jakarta moest nog beginnen. De tweede toren in Noord verrees aan de overkant.

Op het weblog www.overdekop.wordpress.com is het te beluiisteren. Hier verzamel ik sinds 2010 verhalen, dromen en opinies van buurtbewoners, journalisten, ambtenaren, landschapsarchitecten, wethouders en Maarten Kloos, architect, die er misschien wel langer dan twintig jaar voor heeft gezorgd, samen met zijn commissie -ingesteld door de gemeente- dat het gebied mooi leeg bleef. Een wonder en prestatie bovendien, want veel indrukwekkende plannen kreeg hij binnen, maar niets was ‘locatiespecifiek’ genoeg of bezat niet de internationale allure waarnaar men zocht.
Nu pleit Maarten voor een stadspark in combinatie met een brug.
Dat laatste heeft me verbaasd en verbaasd me nog steeds. Zodra de brug ter sprake komt tijdens een tour schudt iedereen altijd zijn hoofd.
De kop als aanloopstrook, talud. Geen goed plan.
Het stadspark daarentegen zou een kado zijn. En zeer internationaal. Een park is altijd goed.

Nog even over de audiosit. Een audiosit is eigenlijk precies hetzelfde als een audiotour, met het verschil dat de luisteraar stil blijft zitten op een vooraf bepaalde plek. (In dit geval een van de drie bankjes naast het standbeeld.)
Het stuk komt het best tot z’n recht als het daar beluisterd wordt, maar doet het thuis op de bank ook heel goed, zeker als de Kop tijdens herfstige buien verandert in een no-go area, want dan waai je er weg.
Het is nog steeds gratis te downloaden en te beluisteren op bijgevoegde link. VPRO zond het uit in 2016. Over een Engelstalige versie wordt nagedacht.
Komen hier mijn werktijden van de komende week: ma: 12.00-20.00 di: 10.00-18.00 do t/m za: 7.00-15.00
See you in the Lobby!

Werktijden #13

41817492_10217123718102942_7108907646454857728_n(1)
16 september 2018. Het ziet er misschien niet professioneel uit, maar de handpalm is een perfect notitieboekje. Het is klein, overzichtelijk, je bespaard papier, raakt het nooit kwijt en de notities die er niet meer toe doen worden steeds lichter van kleur en verdwijnen uiteindelijk vanzelf. Zodra een kamernummer op de handpalm terecht komt is er iets belangrijks aan de hand en dat is in een oogopslag duidelijk. Het verdient direct aandacht, plus het zegt: vergis je niet, dit is het enige juiste kamernummer dat er nu toe doet, vergeet alle andere honderdnegenennegentig, iedere vergissing moet uitgesloten worden. Er is ondertussen geen tijd om een post-it te zoeken of een ‘green’ notitieboekje en zeker is er geen tijd om het in te voeren op je telefoon. Een pen is genoeg.
Met het noteren van het kamernummer als geheugensteun begint de actie. Je toont een soort commitment met het probleem of de vraag. Jij bent de oplossing, het antwoord. Iemand vraagt om een pleister, of er moeten koffers gebracht of gehaald worden, of van kamer geruild. Achter ieder kamernummer schuilt een verhaal. Klein of groot, maar altijd van belang.
Iemand aanspreken met zijn of haar kamernummer is niet gewenst. Het is nooit prettig om met een nummer aangesproken te worden. Nergens, nooit. In sommige gevallen is het wel toegestaan. Als je bijvoorbeeld de vorige dag een jolig echtpaar naar kamernummer 503 hebt gebracht en je ziet ze de volgende ochtend vroeg bij het ontbijt en het eerste wat je denkt is vijf nul drie, dan is het gepast en zelfs attent om te zeggen: “Goodmorning five o three, how was your night.”
Maar alleen als je zeker weet dat het om kamer 503 gaat. Niets is zo stom als een fout maken tijdens de eerste begroeting van de dag. Bill zeggen tegen iemand die Joe heet. Niet doen. Voornamen gebruiken heeft wel altijd de voorkeur, al moet je ook dat van te voren even inschatten. Je moet zeker zijn van je zaak anders sta je voor paal, één-nul achter. Kan een dag duren om het weer goed te krijgen.
Als grapje kan het natuurlijk wel, maar als grapje kan alles, mits goed uitgevoerd en getimed.Collega F was teleurgesteld dat ik geen vakantiepost had geplaatst. Dat hadden we een soort van afgesproken. Nu heeft het geen zin meer, want hij is alweer terug. Het idee ontstond om voor hem een persoonlijk weekrapport te schrijven, dagboekachtig, zodat hij op de hoogte zou blijven tijdens zijn afwezigheid. Openbaar.
Maar mijn persoonlijke rapporten gaan alleen maar over collega’s, wat ze zeggen en doen en meemaken en Facebooken over collega’s is niet slim, is mij geleerd, tenzij je van te voren schriftelijk toestemming hebt gevraagd.
Volgen hier mijn werktijden van komende week. Ma: 12.00-20.00 di: 15.00-23.00 vrij en za: 15.00-23.00 zo: 10.00-18.00
See you in the lobby!

Werktijden #12

41331369_10217068643326107_4320938757080481792_n(1)

Iedere keer als ik erover probeer te schrijven lukt het me niet. Alleen door het laten zien van foto’s en time-lapse filmpjes wordt duidelijk wat ik bedoel. Het gaat over het wonder van Jakarta: het schaduwspel veroorzaakt door de vierkante zonnepaneeltjes op het glazen dak. Ze zijn aangebracht voor de energie, maar ook om de planten te beschermen tegen fel licht. Dagelijks trekken de blokjes in strak gelid over de gallerijen van het hotel, maar alleen als de zon schijnt, speurt de horde de hele ruimte af op zoek naar… iets. Als een op hol geslagen Mondriaan, een Chinees terracottaleger, abstract wajangspel. Een traag dier dat zijn subtiel veranderende gang gaat en weer verdwijnt. Een tijdsklok die zegt: geen dag is hetzelfde.

Op dagen dat het licht bewolkt is komt ie het best tot zijn recht.
“Nu is hij weg… en daar is ie weer.” De wolken maken het onvoorspelbaar en spannend. Straks, in de winter, zal hij op de vijfde verdieping blijven, in de zomer staat de zon hoog en neemt ie zelfs de tuin mee.

Als ik aan de duurzaamheids- specialisten, de tuinspecialisten, de ontwerpers en architecten vraag of zij zich bewust waren dat deze duurzame, technische ingreep zo’n mooi schouwspel zou gaan opleveren, zeggen ze ‘ja’, maar altijd op een wat schuchtere, onzekere manier, waardoor ik ben gaan denken dat niemand dit voorzien had en dat we hier te maken hebben met een onbedoeld kado, een effect, een levend schilderij, een artistieke echo van een technische ingreep.
Dat zou mooi zijn.
Maar misschien is het toch van tevoren bedacht, zaten er kunstenaars aan de technische tekentafel en klopt er van wat hierboven staat helemaal niets.

Volgen hier mijn werktijden van komende week: ma 12.00-20.00 wo: 12.00-20.00 vrij en za: 7.00-15.00
See you in the lobby!

Werktijden #11

40668167_10217005382784633_5488971670326607872_n(2)

2 september 2018. “Mijn man wil iets uitproberen, maar we weten niet zeker of jij hem daarbij kunt helpen.”
Ik sta achterin het restaurant bij de seafoodbar te praten met een wat ouder echtpaar. Ze horen bij een gezelschap van ongeveer twintig. Hij draagt een vrolijke blouse, korte broek en sandalen met gele sokken. Zij draagt precies dezelfde kleur sokken, gymschoenen en een grote zonnebril als haarband. Beiden zijn al grijs, maar lopen nog zonder stok. Het ontbijt is net voorbij. Op de achtergrond geruststellende loungemuziek.
Gisteren arriveerden ze na een lange vliegreis. Ze gingen direct door naar hun kamer, doodop. Die avond zagen we ze niet meer. Morgenochtend vertrekken ze weer. Busreis door Europa. Ontzettend veel zin. Dertig dagen lang.
“Het staat op zijn bucketlist,” legt de vrouw uit.
De man kijkt mij verwachtingsvol aan, maar ik weet nog niets.
De vuile borden en koffiekopjes worden op karretjes naar de spoelkeuken gerold. Het restaurant stroomt langzaam leeg.
“Zeg het dan.”
De vrouw geeft hem een por.
“Nou ja,” zegt hij voorzichtig, “ik ben eigenlijk opzoek naar een herinnering.”
“Een coffeeshop,” vult de vrouw verexcuserend aan.
Ze groeten geschrokken een bevriend echtpaar dat net voorbij loopt. De vrouw gaat fluisterend verder. “Maar de rest hoeft er niets van te weten.”
De man knikt.
“Dat kan,” zeg ik.
“Hij weet alleen niet meer of hij nog wel kan inhaleren,” zegt ze verbaasd.
“Je kan het ook eten,” zegt de man.
“Dat zou ik niet doen,” onderbreek ik.
De vrouw trekt haar schouders op.
De man vertelt dat hij rookte in de jaren zestig. Daarna was het gestopt.
“But such good memories.”
“Toen kende ik hem nog niet,” zegt de vrouw, “maar hij wil het zo graag nog eens meemaken. Met mij.”
“Dus u gaat ook blowen,” vraag ik belangstellend.
De vrouw kijkt snel om zich heen om te zien of iemand mij gehoord heeft en geeft mij dan een tik op mijn arm.
“But ofcourse.”
“We gaan vanmiddag niet mee naar Amsterdam Castle.”
“We gaan shoppen!”
Ik neem ze mee naar de receptie en wijs ze, met de kaart op tafel, op een paar straten waar zeker coffeeshops te vinden zijn, zeg dat ze goed op hun spullen moeten passen en niet te lang moeten blijven hangen.

“Ze zitten er al in.”
Het is kwart voor zeven in de ochtend als ik de lobby binnenstap, ga direct door de draaideur en loop een rondje om de bus die voor de deur staat en waarvan de motor al draait. Het glas is donker, bijna zwart. Ik zie alleen maar schimmen. Ineens staat hij voor me. Hij heeft me zien zoeken en is uitgestapt.
“Hoe was het?” vraag ik.
“Fantastic! Wat een avond!”
Als ik vraag wat ze precies gedaan hebben zegt hij dat ze in wel vier trams door de stad hebben gereden. Steeds stapten ze weer uit en gingen weer verder met de volgende.
“Total lost!” lacht hij. “Iedereen vraagt zich nu af waar we waren, maar we zeggen niets. En weet je wat?” Hij klopt zacht met zijn hand op het borstzakje van zijn overhemd. “We hebben je advies opgevolgd; wat extra voor onderweg, voor als het tegenvalt.” Hij knikt met zijn hoofd in de richting van de bus en geeft me een knipoog.
De bus toetert. Er wordt op hem gewacht.
Nadat hij is ingestapt zwaai ik terwijl ze een bocht maken en traag de Jan Scheaferbrug oprijden. Viva Europa! Het ochtendlicht tegemoet.

Volgen hier mijn werktijden van komende week: ma 12.00-20.00 do t/m zaterdag 15.00-23.00 zo 10.00-18.00
See you in the lobby!

Werktijden #10

40077636_10216944782909674_2324075377313447936_n26 augustus 2018. Reis altijd met een opvallende koffer. In bagagedepots zijn ze snel te herkennen en ook op de rolband pik je ze er zo uit. Een opvallende koffer voorkomt wachten en zoeken. En een dief zal sneller een zwarte koffer stelen dan een met stickers beplakte, knalroze. Wees als koffer niet inwisselbaar, wees uniek.

Een gepensioneerd echtpaar is geëmigreerd naar Zuid Amerika om van hun tweede leven te genieten en reist al jaren met vier koffers. Een gele met zwarte strepen, een roze, een witte met rode hartjes en een abstracte fantasiekoffer met veel groen, zwart en oranje. Ze zijn even over voor boodschappen en familiebezoek. “Het kan me niet schelen dat we voor lul lopen,” zegt de vrouw. “Zo zijn wij gewoon, en het is handig.”
Ze leert me de les die hierboven staat.
“Laat je koffer zien.”

Om het zoeken naar de koffers in ons depot te vergemakkelijken hebben we het volgende systeem bedacht. Er zijn twee metalen stellingkasten met ieder drie opruim mogelijkheden. Op de grond, eronder, en daarboven twee lange planken. Iedere plank heeft een letter A t/m F. Ook de vloer eronder heeft een letter. Op het label met het nummer (dit krijgt de gast, de rest van het label wordt aan de koffer bevestigd) wordt de goeie letter met de hand erbij geschreven. Zo kan iedere koffer snel teruggevonden worden zodra het bonnetje wordt overhandigd.

Vandaag was een koffer weg. Een sympathieke man uit het Oosten raakte in paniek. We keken weer. Nergens te bekennen. Hij begon te zweten en blozen tegelijk. Ik keek naar een man wiens reis totaal verstoord was. Echt alles zat erin: reispapieren, zijn beurs, paspoort, laptop en lader. Behalve zijn telefoon had hij op zak, met nog maar twee procent batterij. Zijn wereld stortte in en ik keek ernaar. Vanaf nu stond hem nog maar één ding te doen: overleven. We gingen de letters voor de laatste keer af. Het moet zoiets zijn als je telefoon kwijt raken, maar dan honderd keer zo erg. Weten dat ie ergens is, maar waar? Toen bleek ineens dat de koffer al naar zijn kamer was gebracht en kwam iedereen weer tot bedaren.

Rugzakken zien we nauwelijks hier. Het zijn voornamelijk donkergekleurde dozen op wieltjes.

In de lobby staan twee antieke koffers. Kisten die meegingen op bijvoorbeeld De Oranje. Bij de bakkerij staat er nog één. Als je ze opendoet komt de oude kamferlucht je tegemoet.
In een van de koffers zitten twee vellen. (Volgens mij komt een van een veiling en is de ander een kado.) Op het ene vel staan twee passagierslijsten (1914) en op de ander een foto van een man en een gezelschap.
De kisten hebben we vandaag iets hoger geplaatst, want ze werden teveel als zitplaats gebruikt waardoor de authentieke stickers wegsleten. Om die reden is de krokodil losgelaten in de lobby en kan gebruikt worden als zitplaats.
Volgen hier de werktijden van komende week: Di 13.00-21.00 wo: 10.00-18.00 do: 8.00-14.00 vr: 7.00-15.00 zo: 7.00-15.00
See you in the Lobby!

Werktijden #9

39522266_10216877554629009_4735554803684343808_n(3)19 augustus 2018. Het gebeurt wel vaker dat vrienden of familie van een bruidspaar een tasje met rozenblaadjes achterlaat waar wij dan een hart van moeten maken, op het bed, als kado. Het tasje zelf mag weg. Een klassieker, altijd goed. Ook al valt de huwelijksnacht in duigen, dan hebben ze altijd nog het rozenhart. Of een foto daarvan.
Het idee dat dit hart een stille getuige zal zijn van de eerste huwelijksnacht maakt van het maken van het hart een precaire bezigheid. Moet het een perfect hart zijn, of moet het alleen maar op een hart lijken? Liggen alle blaadjes keurig in een lijn of dwarrelen er nog twee of meerdere verdwaald rond? Wat voor hart wil men, welk hart is altijd goed? Niet te spits want dat is tuttig, geen zuinig hart, maar rond en royaal. En natuurlijk symmetrisch.
(Het moet in iedere geval duidelijk zijn dat het met gevoel is gemaakt. Daar gaat het om. Als het een lelijk hart zou zijn, dan kun je het net zo goed laten.)
Sta je daar, aan de rand van een bed, tussen het bruidspaar en de vrienden/familie in. Met je blaadjes. Het wordt een hart zonder afzender, dat is zeker.
Veegt een van de twee de blaadjes eerst aan de kant (vlekken), of worden ze ter plekke geplet? Je hoopt dat laatste.
Zullen ze later tegen elkaar zeggen: ” Weet je nog, dat hart?”
Daar gaat ie.
Voilà, een hart.

Ik krijg nog een blessure aan mijn knokkels van het kloppen op de deuren, om te kijken of iemand al is uitgechecked, of extra handdoeken nodig heeft, of suiker, of een mes en vork.
Meestal gebruik ik de frivole klop, dit zijn er vijf in totaal, wat veel lijkt, maar door het klein huppeltje direct na de eerste, (twee en drie volgen daarna snel op elkaar) valt dat niet op. Vier en vijf maken de riedel af.
Wat ook kan is de bonkende vier, of de dwingende maar toch ook neutrale: drie kort achterelkaar.
De geïrriteerde, zakelijke: twee.
En één klop is eigenlijk niets, omdat het ook iets kan zijn wat toevallig omvalt op de gallerij.
Sommigen gebruiken hun druppel, maar dat maakt het te klinisch en anoniem. Alsof we in een gevangenis zijn. Nee, dit is een gebouw van de ontspanning en daar hoort een vrolijke klop bij. Men is weg, dat is leuk.

Thuis, tijdens het eten, hadden we het over kloppen met de hand toen bleek dat er nog een klop was. Onze vaders gebruikten hem. Het is de ‘die-zien-we-nooit-meer (korte pauze) te-rug’ klop. Teun deed het. Rindert ook. Waarbij de derde en de vierde elkaar iets sneller opvolgen. Klop klopperdeklopklop … Klop klop. Er hoort ook een melodietje bij, waarbij de eerste drie tonen gelijk zijn. Een opgewekt maar ook een beetje pesterig deuntje is het. Waarschijnlijk komt ie uit een populaire quiz uit de jaren zeventig, waarbij de afvallers stuk voor stuk begeleid werden met een vertrekmuziekje.
Ik probeerde hem vandaag voor het eerst. Iemand wilde een schaar. Een man in badhanddoek deed open. Met een grote glimlach zei hij: “That knock you just did, reminded me of my father. I haven’t heard it in ages!”

Tot slot. Als je in het midden van de deur klopt, vlak onder het kijkgaatje, klinkt het diep. Aan de randen hoger.
Klop, klopperdeklopklop klop, klop.
Alsof het een zin is die iedereen begrijpt.
Volgen hier mijn werktijden van komende week.
Di en wo:10.00-18.00 vrij en za: 15.00-23.00. Zo: 10.00-18.00
See you in the lobby!