Werktijden #19

44895598_10217448742988361_1377707822157922304_n

28 oktober 2018. Gerald droeg grijze, versleten crocks met witte sokken. Wat Rose droeg weet ik niet meer, want ik had alleen maar oog voor Geralds crocks. Ze moesten wachten op een bus die hen naar de Dam zou brengen, of naar het Museumplein. Meerdere keuzes waren er niet. Wat ze daar precies zouden gaan doen was nog onduidelijk. Waar de rest van de groep was wisten ze niet.
“En hoe laat gaat het Spoorwegmseum open?” vroeg Gerald, terwijl hij de kaart voorzichtig voor mij openvouwde.
We stonden in de lobby bij de krokodil. Het leek of hij zich lang had voorbereid op deze vraag.
Ik zei: “Dan moeten jullie eerst naar Utrecht.”
Teleurgesteld keek hij naar zijn kaart en daarna weer naar mij.
“En waar ligt dat?”
“Dat staat niet op deze kaart.”
“Oh?” zei hij verbaasd. “Utrecht is not in Amsterdam?”
“Ik hoef niet te weten waar Utrecht ligt,” onderbrak Rose, terwijl ze de kaart van haar man afpakte, “want daar gaan we toch niet naar toe.”
“U houdt niet van treinen?” vroeg ik.
“Ons huis staat er vol mee,” zei ze. “En nu zijn we op vakantie, wil hij nòg meer treinen zien. Wat zou u doen?”
Ik begreep dat het niet helemaal lekker zat tussen Gerald en Rose. Er zat een trein tussen hen in. En wie weet was er nog veel meer aan de hand. Uit ervaring weet ik inmiddels dat je in dat soort gevallen het beste wat afstand kunt houden, want voor je het weet heb jij het gedaan. Het leek me goed om het over een andere boeg te gooien.
“We hebben wel een tassenmuseum,” opperde ik, “en een kattenkabinet. Of een schelpenmuseum misschien?”
Geen reactie van beiden.
“Een technisch doe-museum, the Nemo, als u van techniek houdt?”
Gerald trok een gruwelgezicht.
“It’s very close by.”
“Cats!” spuugde hij uit. “I want trains!”
Rose was het blijkbaar zat en liep zonder zich te verexcuseren met de kaart in de hand weg richting de bar. Ik had met Gerald te doen en stelde me voor hoe hij thuis, tussen zijn treinencollectie op zolder, of in de kelder, of misschien zelfs in een schuur of garage, op zijn computer had gevonden dat er een heus Spoorwegmseum in Nederland was en hoe hij gedroomd had over een bezoek. De mooiste treinen rijden altijd in het buitenland.
We keken beiden naar Rose. Ze had een glas wijn besteld. Op het moment dat ze ons zag kijken trok ze een grimas, hief het glas en maakte een proostbeweging.
“Ik weet wel waar de treinen rijden,” zei ik ineens, “als u treinen van dichtbij wilt zien, hier vlakbij.”
En ik legde uit hoe hij moest lopen, over de brug, onder pakhuis de Zwijger door, kruispunt oversteken, onder het spoor door en dan direct rechtsaf, de Dijksgracht op. Ik tekende het voor hem uit. Daar zou hij dicht bij de treinen zijn. Sterker, ik gaf hem de opdracht te blijven staan onder de brug en te wachten op een trein die over hem heen zou rijden. Dat maak je zelfs in het Spoorwegmuseum niet mee.
Een oorverdovend lawaai geeft dat. Bij het centraal station kan het ook. Als daar meerdere treinen tegelijk passeren kan je hardop schreeuwen, niemand hoort je.
Gerald luisterde aandachtig, keek mij aan en ik zag dat we elkaar begrepen.
“En waar precies is dat?” vroeg hij met kleine pretoogjes.
Ik maakte de tekening nog iets groter.

Een uur later inspecteerde ik een kamer op de tweede en zag ik hem lopen, met Rose sloffend achter hem aan, de trap van de Jan Schaeferbrug op. Boven aan de trap stopte Rose, draaide zich om en sjokte de trap weer af. Gerald had het niet door en liep verder. Hand op de leuning.
Vanaf het balkon kon ik hem zien gaan, onder de Zwijger door, en verdween toen uit het zicht.

Volgen hier mijn werktijden van de komende week: ma t/m wo: 7.00-15.00. Za en zo: 10.00-18.00
See you in the lobby!

Advertenties

Werktijden #18

44685231_10217399715802712_1416378913122156544_n

21 oktober 2018. Een jong, blond stel wil fietsen huren. Had ze al gezien tijdens het diner gisteravond en vanochtend bij het ontbijt weer. Smoorverliefd. De hele tijd elkaars hand vasthouden en zoentjes geven, alsof het hun laatste ontmoeting is. Tijdens het diner stak zij zelfs een paar vingers in zijn mond om op te sabbelen en hield die vingers daar langer een minuut. Ze hadden niet door dat iedereen keek. Kenmerk van verliefden: ze hebben nooit iets door, alleen elkaar. Kunnen ze niets aan doen.
Ze zijn enthousiast over het verhaal dat we onze fietsen uit de grachten opvissen en daarna recyclen, met mintgroene verf voor het frame en houten spatborden en bakjes met het hotellogo voorop. (www.ontherolly.nl)
En nu willen ze die uitproberen.
Ik vraag of ze al een plan hebben om naar toe te gaan, maar dat hebben ze niet. Ze gaan proberen te verdwalen in Amsterdam.
“He’s good in getting lost,” lacht de vrouw, knijpt in de nek van haar vriend, geeft hem een zoen en geeft de kaart van Amsterdam, die ik haar net gegeven heb, weer terug.

Terwijl ze in de lobby blijven wachten zie ik beneden in de stalling dat er nog maar twee fietsen beschikbaar zijn voor de verhuur. Zwarte. Geen groene. Zonder bakje. Dit zijn eigenlijk de reservefietsen, voor als de groene op zijn. 01 en 12. Wat meteen opvalt is dat beide fietsen achterop een groot zwart kinderzitje heeft.
Ik twijfel. Misschien wordt het aanbieden van deze twee fietsen opgevat als provocatieve hint, een ondubbelzinnige suggestie. Straks wordt er door deze twee fietsen een discussie in gang gebracht tussen de twee tordelduiven die de sfeer helemaal verpest.
“Het was een zalig weekend. Totdat die man met twee fietsen aan kwam zetten met KINDERZITJES!!”
Misschien wil zij heel graag kinderen en hij absoluut niet? Of andersom? Misschien is een van de twee onvruchtbaar, of allebei? Ik zou ze eraf kunnen schroeven, maar dat zou veel te lang duren. Plus ik zou eerst weer naar boven moeten voor een schroevendraaier, en dan zouden ze me zien, en wat moest ik dan zeggen? “Er moeten eerst nog even wat schroeven aangedraaid worden. Ben zo terug.”
Dat zou ontzettend amateuristisch overkomen. Of ik zou vanuit de stalling naar de technische ruimte kunnen lopen, daar liggen zeker schroevendraaiers. Of waren dit die zitjes met dat kliksysteem, maar welke hendel dan? Luuk stuurde laatst een video met daarop een instructie, maar dat ging over een standaard. Nee. Ik waag het erop. Je wilt fietsen of niet en die zitjes hebben totaal geen betekenis. Misschien zelfs handig, voor je tas. En je ziet eruit als een local. Wie wil dat niet? Ik neem ze mee naar boven en dan zie ik wel hoe ze reageren. Het is mijn zaak ook helemaal niet. Wat gaat mij het aan?  Misschien vinden ze het helemaal geen probleem, misschien is dit de kans om het er eens over te gaan hebben.
Ik zet de fietsen naast elkaar neer bij de ingang en gebaar door het glas naar binnen: “Komt u maar.”
Zodra ze de fietsen zien schieten beiden in de lach en beginnen te blozen. Vooral zij.
Hand in hand fietsen ze weg, met hun toekomstige, onzichtbare kinderen achterop, om te verdwalen in de stad.
Komen hier mijn werktijden voor de volgende week: ma, di, wo: 15.00-23.00. Vrij, za, zo: 10.00-18.00.
See you in the lobby!

Werktijden #17

44115760_10217342053241184_8472839322356154368_n

14 oktober 2018. Het is helemaal niet erg om de dag te beginnen met het opblazen van tien ballonnen. Naast harten van rozenblaadjes op het bed wil men soms ook ballonnen erbij. Terwijl een hart alleen al heel feestelijk en betekenisvol is.
Ik weet nooit waar ik de ballonnen moet laten. Op de kussens, op de grond, op de sofa, op het hart zelf, of gewoon overal verspreid door de kamer en het toilet? Maar dan lijkt het teveel op een feestje dat is afgelopen, terwijl het feestje nog moet beginnen.
Het achterlaten van zo’n stille, balonnenkamer heeft altijd iets ontroerends en gek genoeg ook iets zorgelijks. Ontroerend in de zin, feestelijker dan dit kunnen we het niet maken. Zorgelijk in de zin van: als het maar leuk wordt!
Aan ons zal het hoe dan ook niet liggen.
En klik, deur dicht.
Next.

Het gebeurt niet vaak, maar zo nu en dan gaan mensen op de grond zitten, in de lobby. De stoelen zijn op, de krokodil is bezet, de plek waar de kranten en de tijdschriften liggen is veranderd in een bank, dus dan maar op de grond. Het moet geen dagelijks ritueel worden, maar zo nu en dan, geen probleem. Het heeft iets gemoedelijks, huiselijks. Het ligt er natuurlijk ook aan hoe men erbij zit. Provocerend zitten met de benen en armen wijd om zo moedwillig het pad van anderen te belemmeren is een probleem en moet teruggefloten worden. Voor de rest, ga je gang.
Iemand vertelde mij dat er in de lobby van een hotel dezelfde regels gelden als in de openbare ruimte. Ik weet nog niet precies wat voor consequenties dit heeft en of het waar is.

Voor de waterkan schillen we soms komkommers overdwars. We gebruiken daarvoor een kaasschaaf. Aangevuld met een grote hoeveelheid ijs ziet het er heel dorstlessend uit. De komkommerslierten blijven sierlijk dobberen achter het glas en het geeft de kan cachet. Laatst kwam er alleen geen water uit het kraantje omdat een komkommerschijfje de doorgang belemmerde. Een oude man die geen Engels sprak raakte erdoor geïrriteerd en verweet mij dat de waterkan hem voor de gek hield. Lange tang uit de keuken gehaald om de schil te verwijderen. Met de hand had gekund maar had ons zeker een negatieve review opgeleverd op Tripadvisor. “Host puts his hand in the waterkan! Such a disgrace!”
Niet doen.
Volgen hier mijn werktijden van komende week.
Ma, di: 10.00-18.00, vrij: 9.00-17.00
See you in the lobby!

Werktijden #16

43395089_10217288939633377_423745686786277376_n

7 oktober 2018. Zodra je in de lobby staat en naar links kijkt, net voorbij de planten, zie je een trap omhoog gaan naar de lounge, de toiletten, het zwembad en de sauna’s, de massageruimtes, de bakkerij, de espressobar, de conferentieruimtes, het kantoor en de deur naar de Tosaristraat. Eigenlijk naar alles dus, behalve de kamers. Al kan dat ook, want tegenover de toiletten zit de lift naar de eerste vijf verdiepingen.
Het is geen lange trap, vijftien treden.
Direct bovenaan gekomen ga je langs het zwembad met de bamboelatten, die de suggestie wekken dat de gasten min of meer afgeschermd en ongezien kunnen badderen in hun badgoed, zonder bekeken te worden. Wat natuurlijk niet zo is. Je ziet alles achter die glaswand. Tijdens een tour vraag ik altijd even door te lopen en geen foto’s te maken.
(Laatst een stevige man met blond krullend haar gezien die als eerste ’s ochtends vroeg door het stille bad schuifelde met zijn telefoon in zijn rechterhand. Oortjes in. Hij hield het toestel vlak boven het gladde wateroppervlak, pal voor zijn gezicht. En stapte zo rustig vooruit. Was hij aan het appen? Keek hij naar het nieuws? Of zat hij in een videoconference? Ik kon het niet goed zien en het ging mij ook helemaal niet aan. Waarschijnlijk mocht zijn haar niet nat worden.)

Naast de trap is het begin van een gang die naar de keukens gaat, de kantine, de magazijns en de omkleedkamers.
Het is de drukst bezochte gang van het hotel en het meest gebruikte woord in deze gang is sorry. Sorry dat ik er langs moet met mijn dienblad of kar. Sorry dat ik de deur opendoe, sorry dat ik niet rechts maar links loop, sorry dat we elkaar bijna omver liepen. Of gewoon sorry, als groet. Al is sorry niet echt een groet, maar iedereen begrijpt wat je bedoeld. Of je uit Brazilië, Roemenië, Italië of Rusland komt; sorry is universeel.

Iedereen loopt door deze gang behalve de gasten. Vooral het keukenpersoneel maakt er gebruik van. Elkaar passeren in deze gang vraagt om wat extra skills. Ten eerste, houdt rechts aan en loop niet te traag. Ren nooit. Obstakels zoals betonnen palen, onverwachte muurtjes, stellingkasten, ineens opduikende collega’s of openslaande deuren en schuine plafonds moeten omzeild worden.
Bij het passeren van elkaar heb je een paar groetmogelijkheden. Je kan zwaaien, elkaar alleen aankijken en een knikje geven, een gezicht trekken of een naam noemen.
Of gewoon niet groeten. Wat niets betekent en heel normaal is. Het keukenpersoneel loopt veel van de ene naar de andere keuken en kan onmogelijk de hele tijd lopen groeten. (Een keer groeten per dag is voldoende. No smile, no offence.)
Sommigen geven altijd een snelle hand in het voorbij gaan. Niet soms maar altijd. Je weet bij deze personen dat dit gaat gebeuren, waardoor je niet al van te voren hoeft te groeten zodra je elkaar in de verte ziet. Je kunt wachten op de hand, met of zonder tekst, en weer door. Liever niet stil gaan staan.
Twee keer groeten is overigens overdreven, behalve bij Diop.
Iedereen passeert hem halverwege dus iedereen kent hem. En Diop kent iedereen. Afwasser uit Senegal. Dertien jaar in Nederland nu. Hij kijkt vanuit zijn werkplek naar een witte gangmuur en ziet voortdurend mensen voor zich heen en weer lopen van links naar rechts en andersom. Als ze blijven staan weet hij een ding zeker: iedereen heeft vies vaatwerk bij zich, gebruikte servetten, legge flessen.
“Keep calm and smile,” is zijn levensmotto. Whatever, whenever.
Met plezier zet ik altijd de gebruikte waterglazen uit de lobby in zijn rek en noem zijn naam: “Diop!”
“Bert.”
“Sorry!”

Volgen hier de werktijden van komende week:
Wo t/m vrij: 15.00-23.00
Zo: 10.00-18.00
See you in the lobby!