Werktijden #17

44115760_10217342053241184_8472839322356154368_n

14 oktober 2018. Het is helemaal niet erg om de dag te beginnen met het opblazen van tien ballonnen. Naast harten van rozenblaadjes op het bed wil men soms ook ballonnen erbij. Terwijl een hart alleen al heel feestelijk en betekenisvol is.
Ik weet nooit waar ik de ballonnen moet laten. Op de kussens, op de grond, op de sofa, op het hart zelf, of gewoon overal verspreid door de kamer en het toilet? Maar dan lijkt het teveel op een feestje dat is afgelopen, terwijl het feestje nog moet beginnen.
Het achterlaten van zo’n stille, balonnenkamer heeft altijd iets ontroerends en gek genoeg ook iets zorgelijks. Ontroerend in de zin, feestelijker dan dit kunnen we het niet maken. Zorgelijk in de zin van: als het maar leuk wordt!
Aan ons zal het hoe dan ook niet liggen.
En klik, deur dicht.
Next.

Het gebeurt niet vaak, maar zo nu en dan gaan mensen op de grond zitten, in de lobby. De stoelen zijn op, de krokodil is bezet, de plek waar de kranten en de tijdschriften liggen is veranderd in een bank, dus dan maar op de grond. Het moet geen dagelijks ritueel worden, maar zo nu en dan, geen probleem. Het heeft iets gemoedelijks, huiselijks. Het ligt er natuurlijk ook aan hoe men erbij zit. Provocerend zitten met de benen en armen wijd om zo moedwillig het pad van anderen te belemmeren is een probleem en moet teruggefloten worden. Voor de rest, ga je gang.
Iemand vertelde mij dat er in de lobby van een hotel dezelfde regels gelden als in de openbare ruimte. Ik weet nog niet precies wat voor consequenties dit heeft en of het waar is.

Voor de waterkan schillen we soms komkommers overdwars. We gebruiken daarvoor een kaasschaaf. Aangevuld met een grote hoeveelheid ijs ziet het er heel dorstlessend uit. De komkommerslierten blijven sierlijk dobberen achter het glas en het geeft de kan cachet. Laatst kwam er alleen geen water uit het kraantje omdat een komkommerschijfje de doorgang belemmerde. Een oude man die geen Engels sprak raakte erdoor ge├»rriteerd en verweet mij dat de waterkan hem voor de gek hield. Lange tang uit de keuken gehaald om de schil te verwijderen. Met de hand had gekund maar had ons zeker een negatieve review opgeleverd op Tripadvisor. “Host puts his hand in the waterkan! Such a disgrace!”
Niet doen.
Volgen hier mijn werktijden van komende week.
Ma, di: 10.00-18.00, vrij: 9.00-17.00
See you in the lobby!

Werktijden #12

41331369_10217068643326107_4320938757080481792_n(1)

Iedere keer als ik erover probeer te schrijven lukt het me niet. Alleen door het laten zien van foto’s en time-lapse filmpjes wordt duidelijk wat ik bedoel. Het gaat over het wonder van Jakarta: het schaduwspel veroorzaakt door de vierkante zonnepaneeltjes op het glazen dak. Ze zijn aangebracht voor de energie, maar ook om de planten te beschermen tegen fel licht. Dagelijks trekken de blokjes in strak gelid over de gallerijen van het hotel, maar alleen als de zon schijnt, speurt de horde de hele ruimte af op zoek naar… iets. Als een op hol geslagen Mondriaan, een Chinees terracottaleger, abstract wajangspel. Een traag dier dat zijn subtiel veranderende gang gaat en weer verdwijnt. Een tijdsklok die zegt: geen dag is hetzelfde.

Op dagen dat het licht bewolkt is komt ie het best tot zijn recht.
“Nu is hij weg… en daar is ie weer.” De wolken maken het onvoorspelbaar en spannend. Straks, in de winter, zal hij op de vijfde verdieping blijven, in de zomer staat de zon hoog en neemt ie zelfs de tuin mee.

Als ik aan de duurzaamheids- specialisten, de tuinspecialisten, de ontwerpers en architecten vraag of zij zich bewust waren dat deze duurzame, technische ingreep zo’n mooi schouwspel zou gaan opleveren, zeggen ze ‘ja’, maar altijd op een wat schuchtere, onzekere manier, waardoor ik ben gaan denken dat niemand dit voorzien had en dat we hier te maken hebben met een onbedoeld kado, een effect, een levend schilderij, een artistieke echo van een technische ingreep.
Dat zou mooi zijn.
Maar misschien is het toch van tevoren bedacht, zaten er kunstenaars aan de technische tekentafel en klopt er van wat hierboven staat helemaal niets.

Volgen hier mijn werktijden van komende week: ma 12.00-20.00 wo: 12.00-20.00 vrij en za: 7.00-15.00
See you in the lobby!

Werktijden #11

40668167_10217005382784633_5488971670326607872_n(2)

2 september 2018. “Mijn man wil iets uitproberen, maar we weten niet zeker of jij hem daarbij kunt helpen.”
Ik sta achterin het restaurant bij de seafoodbar te praten met een wat ouder echtpaar. Ze horen bij een gezelschap van ongeveer twintig. Hij draagt een vrolijke blouse, korte broek en sandalen met gele sokken. Zij draagt precies dezelfde kleur sokken, gymschoenen en een grote zonnebril als haarband. Beiden zijn al grijs, maar lopen nog zonder stok. Het ontbijt is net voorbij. Op de achtergrond geruststellende loungemuziek.
Gisteren arriveerden ze na een lange vliegreis. Ze gingen direct door naar hun kamer, doodop. Die avond zagen we ze niet meer. Morgenochtend vertrekken ze weer. Busreis door Europa. Ontzettend veel zin. Dertig dagen lang.
“Het staat op zijn bucketlist,” legt de vrouw uit.
De man kijkt mij verwachtingsvol aan, maar ik weet nog niets.
De vuile borden en koffiekopjes worden op karretjes naar de spoelkeuken gerold. Het restaurant stroomt langzaam leeg.
“Zeg het dan.”
De vrouw geeft hem een por.
“Nou ja,” zegt hij voorzichtig, “ik ben eigenlijk opzoek naar een herinnering.”
“Een coffeeshop,” vult de vrouw verexcuserend aan.
Ze groeten geschrokken een bevriend echtpaar dat net voorbij loopt. De vrouw gaat fluisterend verder. “Maar de rest hoeft er niets van te weten.”
De man knikt.
“Dat kan,” zeg ik.
“Hij weet alleen niet meer of hij nog wel kan inhaleren,” zegt ze verbaasd.
“Je kan het ook eten,” zegt de man.
“Dat zou ik niet doen,” onderbreek ik.
De vrouw trekt haar schouders op.
De man vertelt dat hij rookte in de jaren zestig. Daarna was het gestopt.
“But such good memories.”
“Toen kende ik hem nog niet,” zegt de vrouw, “maar hij wil het zo graag nog eens meemaken. Met mij.”
“Dus u gaat ook blowen,” vraag ik belangstellend.
De vrouw kijkt snel om zich heen om te zien of iemand mij gehoord heeft en geeft mij dan een tik op mijn arm.
“But ofcourse.”
“We gaan vanmiddag niet mee naar Amsterdam Castle.”
“We gaan shoppen!”
Ik neem ze mee naar de receptie en wijs ze, met de kaart op tafel, op een paar straten waar zeker coffeeshops te vinden zijn, zeg dat ze goed op hun spullen moeten passen en niet te lang moeten blijven hangen.

“Ze zitten er al in.”
Het is kwart voor zeven in de ochtend als ik de lobby binnenstap, ga direct door de draaideur en loop een rondje om de bus die voor de deur staat en waarvan de motor al draait. Het glas is donker, bijna zwart. Ik zie alleen maar schimmen. Ineens staat hij voor me. Hij heeft me zien zoeken en is uitgestapt.
“Hoe was het?” vraag ik.
“Fantastic! Wat een avond!”
Als ik vraag wat ze precies gedaan hebben zegt hij dat ze in wel vier trams door de stad hebben gereden. Steeds stapten ze weer uit en gingen weer verder met de volgende.
“Total lost!” lacht hij. “Iedereen vraagt zich nu af waar we waren, maar we zeggen niets. En weet je wat?” Hij klopt zacht met zijn hand op het borstzakje van zijn overhemd. “We hebben je advies opgevolgd; wat extra voor onderweg, voor als het tegenvalt.” Hij knikt met zijn hoofd in de richting van de bus en geeft me een knipoog.
De bus toetert. Er wordt op hem gewacht.
Nadat hij is ingestapt zwaai ik terwijl ze een bocht maken en traag de Jan Scheaferbrug oprijden. Viva Europa! Het ochtendlicht tegemoet.

Volgen hier mijn werktijden van komende week: ma 12.00-20.00 do t/m zaterdag 15.00-23.00 zo 10.00-18.00
See you in the lobby!

Werktijden #8

39029302_10216816206975356_3013479961181814784_n(1)12 augustus 2018. Je hebt twee soorten gasten: verwachte en onverwachte. Verwachte gasten hebben vooraf geboekt, staan in het systeem, verschijnen min of meer goed voorbereid aan de desk en weten precies (of ongeveer) waar ze zijn en wat ze willen. Onverwachte gasten zijn gestrand, onbedoeld hier terecht gekomen en willen maar een ding: zo snel mogelijk weer weg.
Een vliegtuig kan niet vertrekken vanwege een barst in de voorruit, een haperende vleugel of gewoon door plotseling slecht weer. Een paar uur later staan ze verdwaasd en teleurgesteld in de lobby. Ontroostbaar over deze noodlottige wending van hun reis. Van toerist zijn ze ineens een soort vluchteling geworden. Overgeleverd aan de oplossingen van de reisorganisatie. En wij doen de rest.

Op de tweede verdieping zit een kleine grijze vrouw met dunne benen op de rand van het bed. Waterfront. Haar zwarte schoenen raken de grond net niet. Ze wilde koffiezetten op haar kamer maar er ging blijkbaar iets mis. Daarom heeft ze het apparaat zorgvuldig uitelkaar gehaald en nu weet ze niet meer hoe ze het ding weer inelkaar moet zetten. Ze is duidelijk een onverwachte, onbedoelde gast. Haar jas heeft ze nog aan en de koffer staat onuitgepakt bij de deur. Op weg naar de andere kant van de wereld en nu hier. Verder weg van het paradijs dan ooit.
Of ik ook weet of er al nieuws is. Geen nieuws, zeg ik, terwijl ik de onderdelen een voor een weer op z’n plek probeer te krijgen. Sommige stukken lijken op het eerste gezicht bij elkaar te horen, maar passen uiteindelijk toch niet. Ze hoort bij een gezelschap van veertig, dat nu over verschillende hotels in de stad verspreid is. Ze had de reis kado gekregen van haar kinderen en ze durfde geen nee te zeggen. Haar hond mocht niet mee.
Ik schuif na een paar minuten het laatste onderdeel op z’n plek en vraag of ze al zin heeft in een kopje.
Nee, zegt ze, het is voor morgenochtend. Want tegen die tijd zal er toch wel een nieuwe vlucht beschikbaar zijn?
We hebben ontbijt, probeer ik nog, maar ze drinkt haar koffie in de ochtend liever alleen.
Ik zou net zo graag hier willen blijven, zucht ze, terwijl ze naar buiten staart. Waarom ben ik in godsnaam op reis gegaan? Mijn man zei vroeger altijd: bij de eerste autopech, begint de vakantie. Nu pas snap ik hem.
Buiten vaart de pannenkoekenboot rustig voorbij en maakt dan een bocht.
Wat is dat, vraagt ze.
“The panecakeboat.”
Ze doet alsof ze me begrijpt.
De zon klettert over het IJ.
Ik laat haar alleen en doe de deur voorzichtig achter me dicht.
’s Ochtends zie ik haar weer. Ze schuifelt achteraan in een rij op weg naar een taxibus.
Iets is goed gegaan. De reis gaat verder.
Ik vraag of het gelukt is met de koffie. Excellent, zegt ze. Maar geen oog dicht gedaan vannacht.
Als ik vraag waarom niet, fluistert ze dat ze het zonde vond om te gaan slapen en dat ze de hele nacht op haar balkon gezeten heeft om te genieten van het prachtige uitzicht.
“That panecakeboat did it,” zegt ze.
In de bus, good luck en weg.
Volgen hier mijn werktijden van komende week:
Ma: 12.00-20.00 Wo t/m za 7.00-15.00 behalve do: 12.00-20.00
See you in the lobby.

Werktijden #7

38485844_10216756031511007_816107549324476416_n(1)5 augustus 2018. Werken in een hotel betekent vooral lopen. En staan. En weer lopen en kijken naar de mensen die komen en gaan. Kijken naar wat ze doen, hoe ze dat doen, zien wat ze nodig hebben, wat voor sporen ze achter laten, waar ze op wachten. Een taxi, een fiets, een kamer, een praatje. Informatie. Een plaats in het restaurant.
Wachten moet tijdens het bezoek zoveel mogelijk voorkomen worden. Men is niet op reis gegaan om te wachten.
Wachten is het tegenovergestelde van reizen.

Mijn ochtenddienst begint altijd met poetsen en rapen. Ik poets om de liftknop heen en de knop zelf, (veel mensen drukken fout terwijl de knop toch duidelijk zichtbaar is), zorg dat de grijze vuilniszak met de gele lipjes absoluut niet te zien is onder de rand van de deksel van de ronde, zwarte prullenbak bij de lift, zet het naadje richting muur, verwijder de vingers van het glas op de draaideur met een microvezeldoekje, vul de Harry’s aan op de glazen tafel, zet de bloemen recht, poets alle vingers van de drie glimmende desks, (hoogglans), vraag wat iemand gisteren gegeten heeft, snij het verse fruit voor de waterkan, vul de kan, poets het blad nog eens, veeg de peuken bij de entree weg, veeg de goot, leeg de sigarettenbak en raap alles wat ik zie liggen en wat er niet hoort, binnen en buiten, op.
Post-it velletjes, pluisjes en kruimels, schilletjes, papiersnippers en laatst zelfs een teennagel.
Een goeie lobby is een schone lobby. De gast moet de indruk krijgen dat zij/hij hier als eerste is. Een schone lei, een leeg vel, klaar voor een verhaal waarin van alles kan gebeuren.

Gasten die voor het eerst hier komen zijn makkelijk te herkennen. Ze lopen heel voorzichtig door de lobby en blijven staan zodra ze de tuin en het dak zien. Het is belangrijk om ze eerst even te laten kijken en niet meteen erop af te stappen. Het heeft geen zin om iets tegen ze te zeggen of uit te leggen want ze zullen het meteen weer vergeten, het ene oor in, het andere uit. De eerste indruk is voor iedereen altijd een van overweldigende verwondering en daar hoort geen tekst bij.

Een wat oudere, goed geklede man met een donkerblauwe blazer wil dat ik hem overal in het hotel fotografeer: in de lobby met de palmen op de achtergrond, in de lounge bij de vitrines van het Tropenmuseum, in de bakkerij en op een van de donkergroene banken in de Malabar. Op alle foto’s kijkt hij trots en strekt hij zijn rug, alsof hij het hotel net gekocht heeft. Zijn Engels is slecht. Een instructie valt op: zijn benen en voeten mogen absoluut niet in beeld. Op geen enkele foto. Als ik vraag waarom niet, kijkt hij afkeurend weg. Hij draagt een keurige pantalon en mooie leren schoenen zonder veter. Ik snap het niet. Als ik toch een foto van hem maak, op de glazen brug, ten voeten uit, pakt hij het toestel bestraffend van mij af, alsof ik iets heel ondeugends heb gedaan.
De foto wordt direct verwijderd.
Een vrouw met rieten hoed, sandalen en zomerjurk is haar sleutelbos kwijt. Ik zat daar, zegt ze, maar bij de bar hebben ze niets gevonden.
“Heeft u al in uw tas gekeken,” vraag ik.
Ze kijkt me aan alsof ik niet wijs ben.
“Natuurlijk heb ik in mijn tas gekeken,” zucht ze wanhopig. “Ik ben helemaal terug gefietst vanaf de Wibautstraat.”
Ze trekt haar hoed met een ruk van haar hoofd, alsof die er wat aan kan doen.
Ik loop naar de receptie verderop en vraag of er een sleutelbos is gevonden.
“Drie sleutels,” roept de vrouw die hoopvol staat te wachten.
Als ik terug kom zeg ik: “Zo jammer.”
Ze zucht.
“Maar kijkt u nou toch nog eens voor de laatste keer in uw tas.”
Ze kijkt me boos aan. “OK,” zegt ze pinnig. “Maar ik doe dit alleen voor u, want die bos zit er niet in.”
“Heel graag,” zeg ik, terwijl de vrouw haar rechter hand opzichtig, als een klein kind, in haar tas steekt terwijl ze mij met een ziejewelgrimas provocerend aan blijft kijken. Totdat ze ineens schrikt omdat ze de sleutels helemaal onderin de tas vindt. Ze kijkt schaamtevol weg.
“Oh wat erg,” fluistert ze. “Ik had eindelijk weer eens -na een hele lange rottijd – een ontzettend leuke middag met een vriendin hier op het terras. En alles was zo mooi en gezellig. Ik dacht, zie je wel. Gaat er weer iets mis. Waarom gaat het nooit eens zoals ik het wil.”
“Volgens mij zien we u vast weer eens terug,” zeg ik.
Zwaaiend de deur uit.
Wibautstraat.

Volgen hier mijn werktijden van volgende week.
Wo: 10.00-18.00 Do t/m za: 15.00-23.00 Zo: 10.00-18.00
See you in the lobby!