Werktijden #7

38485844_10216756031511007_816107549324476416_n(1)5 augustus 2018. Werken in een hotel betekent vooral lopen. En staan. En weer lopen en kijken naar de mensen die komen en gaan. Kijken naar wat ze doen, hoe ze dat doen, zien wat ze nodig hebben, wat voor sporen ze achter laten, waar ze op wachten. Een taxi, een fiets, een kamer, een praatje. Informatie. Een plaats in het restaurant.
Wachten moet tijdens het bezoek zoveel mogelijk voorkomen worden. Men is niet op reis gegaan om te wachten.
Wachten is het tegenovergestelde van reizen.

Mijn ochtenddienst begint altijd met poetsen en rapen. Ik poets om de liftknop heen en de knop zelf, (veel mensen drukken fout terwijl de knop toch duidelijk zichtbaar is), zorg dat de grijze vuilniszak met de gele lipjes absoluut niet te zien is onder de rand van de deksel van de ronde, zwarte prullenbak bij de lift, zet het naadje richting muur, verwijder de vingers van het glas op de draaideur met een microvezeldoekje, vul de Harry’s aan op de glazen tafel, zet de bloemen recht, poets alle vingers van de drie glimmende desks, (hoogglans), vraag wat iemand gisteren gegeten heeft, snij het verse fruit voor de waterkan, vul de kan, poets het blad nog eens, veeg de peuken bij de entree weg, veeg de goot, leeg de sigarettenbak en raap alles wat ik zie liggen en wat er niet hoort, binnen en buiten, op.
Post-it velletjes, pluisjes en kruimels, schilletjes, papiersnippers en laatst zelfs een teennagel.
Een goeie lobby is een schone lobby. De gast moet de indruk krijgen dat zij/hij hier als eerste is. Een schone lei, een leeg vel, klaar voor een verhaal waarin van alles kan gebeuren.

Gasten die voor het eerst hier komen zijn makkelijk te herkennen. Ze lopen heel voorzichtig door de lobby en blijven staan zodra ze de tuin en het dak zien. Het is belangrijk om ze eerst even te laten kijken en niet meteen erop af te stappen. Het heeft geen zin om iets tegen ze te zeggen of uit te leggen want ze zullen het meteen weer vergeten, het ene oor in, het andere uit. De eerste indruk is voor iedereen altijd een van overweldigende verwondering en daar hoort geen tekst bij.

Een wat oudere, goed geklede man met een donkerblauwe blazer wil dat ik hem overal in het hotel fotografeer: in de lobby met de palmen op de achtergrond, in de lounge bij de vitrines van het Tropenmuseum, in de bakkerij en op een van de donkergroene banken in de Malabar. Op alle foto’s kijkt hij trots en strekt hij zijn rug, alsof hij het hotel net gekocht heeft. Zijn Engels is slecht. Een instructie valt op: zijn benen en voeten mogen absoluut niet in beeld. Op geen enkele foto. Als ik vraag waarom niet, kijkt hij afkeurend weg. Hij draagt een keurige pantalon en mooie leren schoenen zonder veter. Ik snap het niet. Als ik toch een foto van hem maak, op de glazen brug, ten voeten uit, pakt hij het toestel bestraffend van mij af, alsof ik iets heel ondeugends heb gedaan.
De foto wordt direct verwijderd.
Een vrouw met rieten hoed, sandalen en zomerjurk is haar sleutelbos kwijt. Ik zat daar, zegt ze, maar bij de bar hebben ze niets gevonden.
“Heeft u al in uw tas gekeken,” vraag ik.
Ze kijkt me aan alsof ik niet wijs ben.
“Natuurlijk heb ik in mijn tas gekeken,” zucht ze wanhopig. “Ik ben helemaal terug gefietst vanaf de Wibautstraat.”
Ze trekt haar hoed met een ruk van haar hoofd, alsof die er wat aan kan doen.
Ik loop naar de receptie verderop en vraag of er een sleutelbos is gevonden.
“Drie sleutels,” roept de vrouw die hoopvol staat te wachten.
Als ik terug kom zeg ik: “Zo jammer.”
Ze zucht.
“Maar kijkt u nou toch nog eens voor de laatste keer in uw tas.”
Ze kijkt me boos aan. “OK,” zegt ze pinnig. “Maar ik doe dit alleen voor u, want die bos zit er niet in.”
“Heel graag,” zeg ik, terwijl de vrouw haar rechter hand opzichtig, als een klein kind, in haar tas steekt terwijl ze mij met een ziejewelgrimas provocerend aan blijft kijken. Totdat ze ineens schrikt omdat ze de sleutels helemaal onderin de tas vindt. Ze kijkt schaamtevol weg.
“Oh wat erg,” fluistert ze. “Ik had eindelijk weer eens -na een hele lange rottijd – een ontzettend leuke middag met een vriendin hier op het terras. En alles was zo mooi en gezellig. Ik dacht, zie je wel. Gaat er weer iets mis. Waarom gaat het nooit eens zoals ik het wil.”
“Volgens mij zien we u vast weer eens terug,” zeg ik.
Zwaaiend de deur uit.
Wibautstraat.

Volgen hier mijn werktijden van volgende week.
Wo: 10.00-18.00 Do t/m za: 15.00-23.00 Zo: 10.00-18.00
See you in the lobby!

De actieve buurtbewoner.

Sinds 2011 beheer ik een Facebookpagina met als titel: Kop van het Java-eiland. Gefascineerd door deze prachtige strook niets, midden in het IJ, plaats ik foto’s, filmpjes, interviews of archiefbeelden. Een openbaar, interactief verhaal over een stuk land dat wacht op een definitieve bestemming. Een plan. Iets van internationale allure… Daarnaast publiceer ik op een bijbehorende weblog www.overdekop.wordpress.com. Het boekje ‘100 ideeën voor de Kop’ van de Arcam uit 2000 is daar terug te vinden, een lang interview (YT) met architect Ton Schaap, die aan de wieg stond van de bouw van het Java-eiland, een mini-docu over een wild tochtje in een Canta en een uitleg van Ferry van de firma Braams, die ieder jaar dezelfde renovaties moet uitvoeren vanwege verzakkingen en algeheel verval, op steeds dezelfde zwakke plekken. En tot slot de audiosit voor 1 persoon: ‘Kopjava, de geplande leegte’, die ik maakte in 2016, kan er nog steeds gratis gedownload worden. (Het best te beluisteren op de Kop.)

Maar ook het proces rond het hondenveldje is er terug te lezen. De gemeente kwam met een plan, maar ook medebewoner en hondenbezitter Jessica Denkelaar. Er werd gestemd online. Resultaat: het werd de Denkelaar variant.
Etcetera.

Eigenlijk komt het allemaal door Jules, de hond. Geen wandeling gaat voorbij zonder het maken van een foto of een ontmoeting. Door mijn online activiteiten ontmoet ik veel buurtbewoners, wandelaars, journalisten, toeristen, architecten en bestuurders.
“You can read this aerea as a book,” zeg ik graag tegen gasten uit het buitenland, en wijs ze op de markeringen, paaltjes, sporen van festivals, sporen uit het havenverleden,  planten.
“Hier liep ooit een neushoorn van Circus Renz en hier stapten De Koning en De Koningin aan wal na de kroning. Voor die radarpost daar is nooit een bouwvergunning aangevraagd. Deze varen is heel zeldzaam en die school vertrekt in 2020. Of 21.”

In 2016 stonden we met een bouwkeet naast het standbeeld, tijdens FabCity: www.meetthelocals.nl. Een jaar eerder was ik als ‘actieve buurtbewoner’ uitgenodigd zitting te nemen in de jury die uiteindelijk koos voor het plan Hotel Jakarta van Westcord ism de Hortus en Tropenmuseum.
Ik kom nooit meer van dit eiland af. Want om het verhaal compleet te maken: 31 mei start ik een nieuw avontuur als gastheer/portier in Hotel Jakarta. De jury had geen betere keus kunnen maken.
U vindt mij in de lobby

Fotografie

Januari 2018.

Foto’s van Sol Bouzamour. Lees meer over Sols debuutroman.

38791758885_d4572689d2_ovlnr: Julie Blik, Maya, Sol Bouzamour, Elco Lenstra. @HollandsDiepUitgeverij.

26677842_1536934146414632_2339221757846427354_ovlnr: Elco Lenstra, Willem Bisseling, Robbert Ammerlaan, Sol Bouzamour, Melissa van der Wagt, Lenneke Cuijpers, Martijn Griffioen. @HollandsDiepUitgeverij.

26233162_540305469663835_7789223774722944068_ovlnr: Willem Bisseling van Sebes & Bisseling Literary Agency, Sol Bouzamour, Robbert Ammerlaan, uitgever.

© bert kommerij.

Daar was de zee.

Gastheer en inleiding bij de opening van de tentoonstelling Maritieme Metamorfoses op 27 oktober 2017 ter gelegenheid van de 742-ste verjaardag van Amsterdam, in het kleinste Museum ter wereld: Museum Perron Oost, met kunstenaars Harold Schouten, Karin van Dam en filosoof des Vaderlands René ten Bos.

22789079_1468332109954959_5331541310971630618_n

foto: Ernst Sonneveldt. Met Anet Wilgenhof.

Daar was de zee.

Daar was de zee, zegt ze
.
En wijst met haar vinger die kant op.

742 jaar geleden was dit moeras.

We zwijgen even en luisteren naar de stad die met sirenes, auto’s en fietsgerinkel over ons heen kolkt. 

Als je goed luistert..

Ik zou een gedicht kunnen schrijven, zeg ik

Over een grote jarige stad en een klein museum aan zee
Waar via meerdere sporen verhalen komen en gaan. 

Doe dat maar, zegt ze,
als je het maar kort houdt, de kunstenaars hebben het zelf gevraagd.
 Niet te lang. 

Dat is goed.

Aan praten heb je niets, zodra het over kijken gaat.

De kunstenaars hebben gelijk.

Kunstenaars hebben altijd gelijk.Lees meer »