The making of Sol Bouzamour

Sinds februari 2017 volg ik Sol Bouzamour met mijn camera voor een te maken documentaire: The making of Sol Bouzamour. Lees meer over zijn debuut Narcissus op de website van Hollands Diep.

32919880636_ea9fa0b9e6_b

33655062240_0b6da7ee1f_b(1)34285103221_fe6a65e948_z

Lees meer »

Advertenties

Werktijden #13

16 september 2018. Het ziet er misschien niet professioneel uit, maar de handpalm is een perfect notitieboekje. Het is klein, overzichtelijk, je bespaard papier, raakt het nooit kwijt en de notities die er niet meer toe doen worden steeds lichter van kleur en verdwijnen uiteindelijk vanzelf. Zodra een kamernummer op de handpalm terecht komt is er iets belangrijks aan de hand en dat is in een oogopslag duidelijk. Het verdient direct aandacht, plus het zegt: vergis je niet, dit is het enige juiste kamernummer dat er nu toe doet, vergeet alle andere honderdnegenennegentig, iedere vergissing moet uitgesloten worden. Er is ondertussen geen tijd om een post-it te zoeken of een ‘green’ notitieboekje en zeker is er geen tijd om het in te voeren op je telefoon. Een pen is genoeg.
Met het noteren van het kamernummer als geheugensteun begint de actie. Je toont een soort commitment met het probleem of de vraag. Jij bent de oplossing, het antwoord. Iemand vraagt om een pleister, of er moeten koffers gebracht of gehaald worden, of van kamer geruild. Achter ieder kamernummer schuilt een verhaal. Klein of groot, maar altijd van belang.
Iemand aanspreken met zijn of haar kamernummer is niet gewenst. Het is nooit prettig om met een nummer aangesproken te worden. Nergens, nooit. In sommige gevallen is het wel toegestaan. Als je bijvoorbeeld de vorige dag een jolig echtpaar naar kamernummer 503 hebt gebracht en je ziet ze de volgende ochtend vroeg bij het ontbijt en het eerste wat je denkt is vijf nul drie, dan is het gepast en zelfs attent om te zeggen: “Goodmorning five o three, how was your night.”
Maar alleen als je zeker weet dat het om kamer 503 gaat. Niets is zo stom als een fout maken tijdens de eerste begroeting van de dag. Bill zeggen tegen iemand die Joe heet. Niet doen. Voornamen gebruiken heeft wel altijd de voorkeur, al moet je ook dat van te voren even inschatten. Je moet zeker zijn van je zaak anders sta je voor paal, één-nul achter. Kan een dag duren om het weer goed te krijgen.
Als grapje kan het natuurlijk wel, maar als grapje kan alles, mits goed uitgevoerd en getimed.

Collega F was teleurgesteld dat ik geen vakantiepost had geplaatst. Dat hadden we een soort van afgesproken. Nu heeft het geen zin meer, want hij is alweer terug. Het idee ontstond om voor hem een soort persoonlijk weekrapport te schrijven, zodat hij op de hoogte zou blijven tijdens zijn afwezigheid. Openbaar.
Maar mijn persoonlijke rapporten gaan alleen maar over collega’s, wat ze zeggen en doen en meemaken en Facebooken over collega’s is niet slim, is mij geleerd, tenzij je van te voren schriftelijk toestemming hebt gevraagd.
Volgen hier mijn werktijden van komende week. Ma: 12.00-20.00 di: 15.00-23.00 vrij en za: 15.00-23.00 zo: 10.00-18.00
See you in the lobby!

Werktijden #12

Iedere keer als ik erover probeer te schrijven lukt het me niet. Alleen door het laten zien van foto’s en time-lapse filmpjes wordt duidelijk wat ik bedoel. Het gaat over het wonder van Jakarta: het schaduwspel veroorzaakt door de vierkante zonnepaneeltjes op het glazen dak. Ze zijn aangebracht voor de energie, maar ook om de planten te beschermen tegen fel licht. Dagelijks trekken de blokjes in strak gelid over de gallerijen van het hotel, maar alleen als de zon schijnt, speurt de horde de hele ruimte af op zoek naar… iets. Als een op hol geslagen Mondriaan, een Chinees terracottaleger, abstract wajangspel. Een traag dier dat zijn subtiel veranderende gang gaat en weer verdwijnt. Een tijdsklok die zegt: geen dag is hetzelfde.

Op dagen dat het licht bewolkt is komt ie het best tot zijn recht.
“Nu is hij weg… en daar is ie weer.” De wolken maken het onvoorspelbaar en spannend. Straks, in de winter, zal hij op de vijfde verdieping blijven, in de zomer staat de zon hoog en neemt ie zelfs de tuin mee.

Als ik aan de duurzaamheids- specialisten, de tuinspecialisten, de ontwerpers en architecten vraag of zij zich bewust waren dat deze duurzame, technische ingreep zo’n mooi schouwspel zou gaan opleveren, zeggen ze ‘ja’, maar altijd op een wat schuchtere, onzekere manier, waardoor ik ben gaan denken dat niemand dit voorzien had en dat we hier te maken hebben met een onbedoeld kado, een effect, een levend schilderij, een artistieke echo van een technische ingreep.
Dat zou mooi zijn.
Maar misschien is het toch voorzien en van tevoren bedacht, zaten er kunstenaars aan de technische tekentafel en klopt er van wat hierboven staat helemaal niets.

Volgen hier mijn werktijden van komende week: ma 12.00-20.00 wo: 12.00-20.00 vrij en za: 7.00-15.00
See you in the lobby!

Werktijden #11

2 september 2018. “Mijn man wil iets uitproberen, maar we weten niet zeker of jij hem daarbij kunt helpen.”
Ik sta achterin het restaurant bij de seafoodbar te praten met een wat ouder echtpaar. Ze horen bij een gezelschap van ongeveer twintig. Hij draagt een vrolijke blouse, korte broek en sandalen met gele sokken. Zij draagt precies dezelfde kleur sokken, gymschoenen en een grote zonnebril als haarband. Beiden zijn al grijs, maar lopen nog zonder stok. Het ontbijt is net voorbij. Op de achtergrond geruststellende loungemuziek.
Gisteren arriveerden ze na een lange vliegreis. Ze gingen direct door naar hun kamer, doodop. Die avond zagen we ze niet meer. Morgenochtend vertrekken ze weer. Busreis door Europa. Ontzettend veel zin. Dertig dagen lang.
“Het staat op zijn bucketlist,” legt de vrouw uit.
De man kijkt mij verwachtingsvol aan, maar ik weet nog niets.
De vuile borden en koffiekopjes worden op karretjes naar de spoelkeuken gerold. Het restaurant stroomt langzaam leeg.
“Zeg het dan.”
De vrouw geeft hem een por.
“Nou ja,” zegt hij voorzichtig, “ik ben eigenlijk opzoek naar een herinnering.”
“Een coffeeshop,” vult de vrouw verexcuserend aan.
Ze groeten geschrokken een bevriend echtpaar dat net voorbij loopt. De vrouw gaat fluisterend verder. “Maar de rest hoeft er niets van te weten.”
De man knikt.
“Dat kan,” zeg ik.
“Hij weet alleen niet meer of hij nog wel kan inhaleren,” zegt ze verbaasd.
“Je kan het ook eten,” zegt de man.
“Dat zou ik niet doen,” onderbreek ik.
De vrouw trekt haar schouders op.
De man vertelt dat hij rookte in de jaren zestig. Daarna was het gestopt.
“But such good memories.”
“Toen kende ik hem nog niet,” zegt de vrouw, “maar hij wil het zo graag nog eens meemaken. Met mij.”
“Dus u gaat ook blowen,” vraag ik belangstellend.
De vrouw kijkt snel om zich heen om te zien of iemand mij gehoord heeft en geeft mij dan een tik op mijn arm.
“But ofcourse.”
“We gaan vanmiddag niet mee naar Amsterdam Castle.”
“We gaan shoppen!”
Ik neem ze mee naar de receptie en wijs ze, met de kaart op tafel, op een paar straten waar zeker coffeeshops te vinden zijn, zeg dat ze goed op hun spullen moeten passen en niet te lang moeten blijven hangen.

“Ze zitten er al in.”
Het is kwart voor zeven in de ochtend als ik de lobby binnenstap, ga direct door de draaideur en loop een rondje om de bus die voor de deur staat en waarvan de motor al draait. Het glas is donker, bijna zwart. Ik zie alleen maar schimmen. Ineens staat hij voor me. Hij heeft me zien zoeken en is uitgestapt.
“Hoe was het?” vraag ik.
“Fantastic! Wat een avond!”
Als ik vraag wat ze precies gedaan hebben zegt hij dat ze in wel vier trams door de stad hebben gereden. Steeds stapten ze weer uit en gingen weer verder met de volgende.
“Total lost!” lacht hij. “Iedereen vraagt zich nu af waar we waren, maar we zeggen niets. En weet je wat?” Hij klopt zacht met zijn hand op het borstzakje van zijn overhemd. “We hebben je advies opgevolgd; wat extra voor onderweg, voor als het tegenvalt.” Hij knikt met zijn hoofd in de richting van de bus en geeft me een knipoog.
De bus toetert. Er wordt op hem gewacht.
Nadat hij is ingestapt zwaai ik terwijl ze een bocht maken en traag de Jan Scheaferbrug oprijden. Viva Europa! Het ochtendlicht tegemoet.

Volgen hier mijn werktijden van komende week: ma 12.00-20.00 do t/m zaterdag 15.00-23.00 zo 10.00-18.00
See you in the lobby!

Werktijden #10

26 augustus 2018. Reis altijd met een opvallende koffer. In bagagedepots zijn ze snel te herkennen en ook op de rolband pik je ze er zo uit. Een opvallende koffer voorkomt wachten en zoeken. En een dief zal sneller een zwarte koffer stelen dan een met stickers beplakte, knalroze. Wees als koffer niet inwisselbaar, wees uniek.

Een gepensioneerd echtpaar is geëmigreerd naar Zuid Amerika om van hun tweede leven te genieten en reist al jaren met vier koffers. Een gele met zwarte strepen, een roze, een witte met rode hartjes en een abstracte fantasiekoffer met veel groen, zwart en oranje. Ze zijn even over voor boodschappen en familiebezoek. “Het kan me niet schelen dat we voor lul lopen,” zegt de vrouw. “Zo zijn wij gewoon, en het is handig.”
Ze leert me de les die hierboven staat.
“Laat je koffer zien.”

Om het zoeken naar de koffers in ons depot te vergemakkelijken hebben we het volgende systeem bedacht. Er zijn twee metalen stellingkasten met ieder drie opruim mogelijkheden. Op de grond, eronder, en daarboven twee lange planken. Iedere plank heeft een letter A t/m F. Ook de vloer eronder heeft een letter. Op het label met het nummer (dit krijgt de gast, de rest van het label wordt aan de koffer bevestigd) wordt de goeie letter met de hand erbij geschreven. Zo kan iedere koffer snel teruggevonden worden zodra het bonnetje wordt overhandigd.

Vandaag was een koffer weg. Een sympathieke man uit het Oosten raakte in paniek. We keken weer. Nergens te bekennen. Hij begon te zweten en blozen tegelijk. Ik keek naar een man wiens reis totaal verstoord was. Echt alles zat erin: reispapieren, zijn beurs, paspoort, laptop en lader. Behalve zijn telefoon had hij op zak, met nog maar twee procent batterij. Zijn wereld stortte in en ik keek ernaar. Vanaf nu stond hem nog maar één ding te doen: overleven. We gingen de letters voor de laatste keer af. Het moet zoiets zijn als je telefoon kwijt raken, maar dan honderd keer zo erg. Weten dat ie ergens is, maar waar? Toen bleek ineens dat de koffer al naar zijn kamer was gebracht en kwam iedereen weer tot bedaren.

Rugzakken zien we nauwelijks hier. Het zijn voornamelijk donkergekleurde dozen op wieltjes.

In de lobby staan twee antieke koffers. Kisten die meegingen op bijvoorbeeld De Oranje. Bij de bakkerij staat er nog één. Als je ze opendoet komt de oude kamferlucht je tegemoet.
In een van de koffers zitten twee vellen. (Volgens mij komt een van een veiling en is de ander een kado.) Op het ene vel staan twee passagierslijsten (1914) en op de ander een foto van een man en een gezelschap. Wie het zijn, geen idee.
De kisten hebben we vandaag iets hoger geplaatst, want ze werden teveel als zitplaats gebruikt waardoor de authentieke stickers weg sleten. Om die reden is de krokodil losgelaten in de lobby en kan gebruikt worden als zitplaats.
Volgen hier de werktijden van komende week: Di 13.00-21.00 wo: 10.00-18.00 do: 8.00-14.00 vr: 7.00-15.00 zo: 7.00-15.00
See you in the Lobby!

Werktijden #9

19 augustus 2018. Het gebeurt wel vaker dat vrienden of familie van een bruidspaar een tasje met rozenblaadjes achterlaat waar wij dan een hart van moeten maken, op het bed, als kado. Het tasje zelf mag weg. Een klassieker, altijd goed. Ook al valt de huwelijksnacht in duigen, dan hebben ze altijd nog het rozenhart. Of een foto daarvan.
Het idee dat dit hart een stille getuige zal zijn van de eerste huwelijksnacht maakt van het maken van het hart een precaire bezigheid. Moet het een perfect hart zijn, of moet het alleen maar op een hart lijken? Liggen alle blaadjes keurig in een lijn of dwarrelen er nog twee of meerdere verdwaald rond? Wat voor hart wil men, welk hart is altijd goed? Niet te spits want dat is tuttig, geen zuinig hart, maar rond en royaal. En natuurlijk symmetrisch.
(Het moet in iedere geval duidelijk zijn dat het met gevoel is gemaakt. Daar gaat het om. Als het een lelijk hart zou zijn, dan kun je het net zo goed laten.)
Sta je daar, aan de rand van een bed, tussen het bruidspaar en de vrienden/familie in. Met je blaadjes. Het wordt een hart zonder afzender, dat is zeker.
Veegt een van de twee de blaadjes eerst aan de kant (vlekken), of worden ze ter plekke geplet? Je hoopt dat laatste.
Zullen ze later tegen elkaar zeggen: ” Weet je nog, dat hart?”
Daar gaat ie.
Voilà, een hart.

Ik krijg nog een blessure aan mijn knokkels van het kloppen op de deuren, om te kijken of iemand al is uitgechecked, of extra handdoeken nodig heeft, of suiker, of een mes en vork.
Meestal gebruik ik de frivole klop, dit zijn er vijf in totaal, wat veel lijkt, maar door het klein huppeltje direct na de eerste, (twee en drie volgen daarna snel op elkaar) valt dat niet op. Vier en vijf maken de riedel af.
Wat ook kan is de bonkende vier, of de dwingende maar toch ook neutrale: drie kort achterelkaar.
De geïrriteerde, zakelijke: twee.
En één klop is eigenlijk niets, omdat het ook iets kan zijn wat toevallig omvalt op de gallerij.
Sommigen gebruiken hun druppel, maar dat maakt het te klinisch en anoniem. Alsof we in een gevangenis zijn. Nee, dit is een gebouw van de ontspanning en daar hoort een vrolijke klop bij. Men is weg, dat is leuk.

Thuis, tijdens het eten, hadden we het over kloppen met de hand toen bleek dat er nog een klop was. Onze vaders gebruikten hem. Het is de ‘die-zien-we-nooit-meer (korte pauze) te-rug’ klop. Teun deed het. Rindert ook. Waarbij de derde en de vierde elkaar iets sneller opvolgen. Klop klopperdeklopklop … Klop klop. Er hoort ook een melodietje bij, waarbij de eerste drie tonen gelijk zijn. Een opgewekt maar ook een beetje pesterig deuntje is het. Waarschijnlijk komt ie uit een populaire quiz uit de jaren zeventig, waarbij de afvallers stuk voor stuk begeleid werden met een vertrekmuziekje.
Ik probeerde hem vandaag voor het eerst. Iemand wilde een schaar. Een man in badhanddoek deed open. Met een grote glimlach zei hij: “That knock you just did, reminded me of my father. I haven’t heard it in ages!”

Tot slot. Als je in het midden van de deur klopt, vlak onder het kijkgaatje, klinkt het diep. Aan de randen hoger.
Klop, klopperdeklopklop klop, klop.
Alsof het een zin is die iedereen begrijpt.
Volgen hier mijn werktijden van komende week.
Di en wo:10.00-18.00 vrij en za: 15.00-23.00. Zo: 10.00-18.00
See you in the lobby!

Werktijden #8

12 augustus 2018. Je hebt twee soorten gasten: verwachte en onverwachte. Verwachte gasten hebben vooraf geboekt, staan in het systeem, verschijnen min of meer goed voorbereid aan de desk en weten precies (of ongeveer) waar ze zijn en wat ze willen. Onverwachte gasten zijn gestrand, onbedoeld hier terecht gekomen en willen maar een ding: zo snel mogelijk weer weg.
Een vliegtuig kan niet vertrekken vanwege een barst in de voorruit, een haperende vleugel of gewoon door plotseling slecht weer. Een paar uur later staan ze verdwaasd en teleurgesteld in de lobby. Ontroostbaar over deze noodlottige wending van hun reis. Van toerist zijn ze ineens een soort vluchteling geworden. Overgeleverd aan de oplossingen van de reisorganisatie. En wij doen de rest.

Op de tweede verdieping zit een kleine grijze vrouw met dunne benen op de rand van het bed. Waterfront. Haar zwarte schoenen raken de grond net niet. Ze wilde koffiezetten op haar kamer maar er ging blijkbaar iets mis. Daarom heeft ze het apparaat zorgvuldig uitelkaar gehaald en nu weet ze niet meer hoe ze het ding weer inelkaar moet zetten. Ze is duidelijk een onverwachte, onbedoelde gast. Haar jas heeft ze nog aan en de koffer staat onuitgepakt bij de deur. Op weg naar de andere kant van de wereld en nu hier. Verder weg van het paradijs dan ooit.
Of ik ook weet of er al nieuws is. Geen nieuws, zeg ik, terwijl ik de onderdelen een voor een weer op z’n plek probeer te krijgen. Sommige stukken lijken op het eerste gezicht bij elkaar te horen, maar passen uiteindelijk toch niet. Ze hoort bij een gezelschap van veertig, dat nu over verschillende hotels in de stad verspreid is. Ze had de reis kado gekregen van haar kinderen en ze durfde geen nee te zeggen. Haar hond mocht niet mee.
Ik schuif na een paar minuten het laatste onderdeel op z’n plek en vraag of ze al zin heeft in een kopje.
Nee, zegt ze, het is voor morgenochtend. Want tegen die tijd zal er toch wel een nieuwe vlucht beschikbaar zijn?
We hebben ontbijt, probeer ik nog, maar ze drinkt haar koffie in de ochtend liever alleen.
Ik zou net zo graag hier willen blijven, zucht ze, terwijl ze naar buiten staart. Waarom ben ik in godsnaam op reis gegaan? Mijn man zei vroeger altijd: bij de eerste autopech, begint de vakantie. Nu pas snap ik hem.
Buiten vaart de pannenkoekenboot rustig voorbij en maakt dan een bocht.
Wat is dat, vraagt ze.
“The panecakeboat.”
Ze doet alsof ze me begrijpt.
De zon klettert over het IJ.
Ik laat haar alleen en doe de deur voorzichtig achter me dicht.
’s Ochtends zie ik haar weer. Ze schuifelt achteraan in een rij op weg naar een taxibus.
Iets is goed gegaan. De reis gaat verder.
Ik vraag of het gelukt is met de koffie. Excellent, zegt ze. Maar geen oog dicht gedaan vannacht.
Als ik vraag waarom niet, fluistert ze dat ze het zonde vond om te gaan slapen en dat ze de hele nacht op haar balkon gezeten heeft om te genieten van het prachtige uitzicht.
“That panecakeboat did it,” zegt ze.
In de bus, good luck en weg.
Volgen hier mijn werktijden van komende week:
Ma: 12.00-20.00 Wo t/m za 7.00-15.00 behalve do: 12.00-20.00
See you in the lobby.

Werktijden #7

5 augustus 2018. Werken in een hotel betekent vooral lopen. En staan. En weer lopen en kijken naar de mensen die komen en gaan. Kijken naar wat ze doen, hoe ze dat doen, zien wat ze nodig hebben, wat voor sporen ze achter laten, waar ze op wachten. Een taxi, een fiets, een kamer, een praatje. Informatie. Een plaats in het restaurant.
Wachten moet tijdens het bezoek zoveel mogelijk voorkomen worden. Men is niet op reis gegaan om te wachten.
Wachten is het tegenovergestelde van reizen.

Mijn ochtenddienst begint altijd met poetsen en rapen. Ik poets om de liftknop heen en de knop zelf, (veel mensen drukken fout terwijl de knop toch duidelijk zichtbaar is), zorg dat de grijze vuilniszak met de gele lipjes absoluut niet te zien is onder de rand van de deksel van de ronde, zwarte prullenbak bij de lift, zet het naadje richting muur, verwijder de vingers van het glas op de draaideur met een microvezeldoekje, vul de Harry’s aan op de glazen tafel, zet de bloemen recht, poets alle vingers van de drie glimmende desks, (hoogglans), vraag wat iemand gisteren gegeten heeft, snij het verse fruit voor de waterkan, vul de kan, poets het blad nog eens, veeg de peuken bij de entree weg, veeg de goot, leeg de sigarettenbak en raap alles wat ik zie liggen en wat er niet hoort, binnen en buiten, op.
Post-it velletjes, pluisjes en kruimels, schilletjes, papiersnippers en laatst zelfs een teennagel.
Een goeie lobby is een schone lobby. De gast moet de indruk krijgen dat zij/hij hier als eerste is. Een schone lei, een leeg vel, klaar voor een verhaal waarin van alles kan gebeuren.

Gasten die voor het eerst hier komen zijn makkelijk te herkennen. Ze lopen heel voorzichtig door de lobby en blijven staan zodra ze de tuin en het dak zien. Het is belangrijk om ze eerst even te laten kijken en niet meteen erop af te stappen. Het heeft geen zin om iets tegen ze te zeggen of uit te leggen want ze zullen het meteen weer vergeten, het ene oor in, het andere uit. De eerste indruk is voor iedereen altijd een van overweldigende verwondering en daar hoort geen tekst bij.

Een wat oudere, goed geklede man met een donkerblauwe blazer wil dat ik hem overal in het hotel fotografeer: in de lobby met de palmen op de achtergrond, in de lounge bij de vitrines van het Tropenmuseum, in de bakkerij en op een van de donkergroene banken in de Malabar. Op alle foto’s kijkt hij trots en strekt hij zijn rug, alsof hij het hotel net gekocht heeft. Zijn Engels is slecht. Een instructie valt op: zijn benen en voeten mogen absoluut niet in beeld. Op geen enkele foto. Als ik vraag waarom niet, kijkt hij afkeurend weg. Hij draagt een keurige pantalon en mooie leren schoenen zonder veter. Ik snap het niet. Als ik toch een foto van hem maak, op de glazen brug, ten voeten uit, pakt hij het toestel bestraffend van mij af, alsof ik iets heel ondeugends heb gedaan.
De foto wordt direct verwijderd.
Een vrouw met rieten hoed, sandalen en zomerjurk is haar sleutelbos kwijt. Ik zat daar, zegt ze, maar bij de bar hebben ze niets gevonden.
“Heeft u al in uw tas gekeken,” vraag ik.
Ze kijkt me aan alsof ik niet wijs ben.
“Natuurlijk heb ik in mijn tas gekeken,” zucht ze wanhopig. “Ik ben helemaal terug gefietst vanaf de Wibautstraat.”
Ze trekt haar hoed met een ruk van haar hoofd, alsof die er wat aan kan doen.
Ik loop naar de receptie verderop en vraag of er een sleutelbos is gevonden.
“Drie sleutels,” roept de vrouw die hoopvol staat te wachten.
Als ik terug kom zeg ik: “Zo jammer.”
Ze zucht.
“Maar kijkt u nou toch nog eens voor de laatste keer in uw tas.”
Ze kijkt me boos aan. “OK,” zegt ze pinnig. “Maar ik doe dit alleen voor u, want die bos zit er niet in.”
“Heel graag,” zeg ik, terwijl de vrouw haar rechter hand opzichtig, als een klein kind, in haar tas steekt terwijl ze mij met een ziejewelgrimas provocerend aan blijft kijken. Totdat ze ineens schrikt omdat ze de sleutels helemaal onderin de tas vindt. Ze kijkt schaamtevol weg.
“Oh wat erg,” fluistert ze. “Ik had eindelijk weer eens -na een hele lange rottijd – een ontzettend leuke middag met een vriendin hier op het terras. En alles was zo mooi en gezellig. Ik dacht, zie je wel. Gaat er weer iets mis. Waarom gaat het nooit eens zoals ik het wil.”
“Volgens mij zien we u vast weer eens terug,” zeg ik.
Zwaaiend de deur uit.
Wibautstraat.

Volgen hier mijn werktijden van volgende week.
Wo: 10.00-18.00 Do t/m za: 15.00-23.00 Zo: 10.00-18.00
See you in the lobby!